Domburg en het overzicht der dingen

by cees maas

Stuifzand, Domburg 2009

Stu­ifzand, Dom­burg 2009

Dom­burg is een sim­pel dorp. Voor een auto ga je naar Leo of Ko, voor een huis naar Johan. Moet je voordeur een nieuwe lak­laag, dan bel je Ton­nie, wil je een surf­plank voor je ver­jaardag, dan ga je naar Jan. Zo hangt een dorp en wat dat dorp zijn mensen aan dien­sten biedt, van namen aan elkaar.
Namen zijn belan­grijk in Dom­burg. En ze helpen de boel overzichtelijk te houden. Geen Gouden Gids nodig. Niet alleen voor de doorde­weekse ben­odighe­den, maar ook voor spe­cial­isaties kun je terecht bij de namen. Bijvoor­beeld: wil je ineens alles weten over een his­torisch voor­laderge­weer, dan stap je naar David of Wim, en een andere Wim weet weer alles over net­ten­breien. Frans en Mar­tin zijn de twee ken­ners als je je visje wilt roken, Jaap is de bil­jar­tau­thor­iteit, Wim de lokale paar­den­fluis­ter­aar, een strand­tent huur je bij Kees of Piet, ter­wijl Jos en Lau je alles weten te vertellen over de lokale geschiede­nis. En Jan, ja die kan je leren hoe je zon­der een spier te ver­rekken vier kilo­me­ter tegen de stroom in naar Oost­kapelle zwemt.
Mocht je dat willen leren.
Naar Ooskap­pel zwem­men.
De geografie van het dorp is ook zeer sim­pel en overzichtelijk. Van Scha­gen schreef het al: We hebben een Noord­straat, een Zuid­straat, een Oost­straat en een West­straat en in het mid­den hebben we de kerk neergezet.
Geen Tom-Tom nodig.
Toeris­ten realis­eren zich die overzichtelijkheid aan­vanke­lijk niet. Die zie je zoeken als ze voor ‘t eerst op ‘t duun­tje staan, waar is noord, waar is west, waar ligt Enge­land?
Laat staan dat ze de namen ken­nen.
Toeris­ten zijn mensen die gewend zijn aan ingewikkelder struc­turen. Die van grote ste­den of die van multi­na­tionale bedri­jven.
Het strand is ook weer zoi­ets. Je loopt van oost naar west. Of van west naar oost, meer smaken zijn er niet. De grote dichter P.C. Boutens heeft eens geschreven dat Dom­burg slechts bestaat uit twee strikt van elkaar geschei­den lij­nen.
Meer niet.
Twee pot­lood­strepen.
De eerste lijn loopt par­al­lel aan de zee over de duinen, dat is de schoonheid, de natuur, de zui­v­ere wind. Dat is het inner­lijk. Dat is het geluk. Dat is het kuiertje dat de Dom­burger maakt als hij of zij vrij is.
Dat is waar je de toerist vindt in de zomer, in een lang lint uit­gestrekt op het strand of ver­pozend in de duinen en het bos. Alle­maal langs de gelukslijn.

De tweede lijn staat daar haaks op en steekt via het schuitvlot langs de molen van Mon­dri­aan het voor­ma­lige eiland Walcheren en de rest van de wereld in. Dat is een grim­mige lijn. Die verte­gen­wo­ordigt het uiter­lijk, de plichten, de baan in de stad, de school, het kan­toor van de Belast­ing­di­enst, de harde werke­lijkheid. Via deze lijn komt ook het geld (de toeris­ten) Dom­burg bin­nen. En dat is het autoritje dat de Dom­burger maakt als hij of zij naar het werk moet.
Een heel dorp als twee haaks op elkaar staande lij­nen. Er zit wel wat in. Natu­urlijk: Yin en Yang. Het even­wicht. Het volle leven. Het is vooral een gevoel, maar veel Dom­burg­ers zullen bea­men dat die lij­nen, hoewel niet getek­end, echt bestaan.
Je voelt het, als je van de ene in de andere lijn stapt.
Absoluut.
Ik ook.
Daarom heb ik soms een sterke drang om even bij Jan langs te gaan voor voor­berei­dende infor­matie en dan oost­waarts langs de geluk­slijn naar Ooskap­pel te zwem­men.
Tegen de stroom in.
Op Ooskap­pel aan.

Pop­u­lar­ity: 12% [?]

Stuur dit ver­haal naar mensen die je kent:
  • email
  • TwitThis
  • Digg
  • Sphinn
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Mixx
  • Google Bookmarks
  • Blogosphere News
  • MySpace
  • YahooMyWeb