Het oer-hotel Bosch en Zee

by cees maas

Klik om te vergroten

Klik om te vergroten

Van­mid­dag heb ik een foto genomen van hotel Bosch en Zee. Geflan­keerd door twee fiere Zeeuwse vlaggen, een flink stuk duin op de voor­grond en een donkere lucht erboven. Het is een iet­wat woeste foto gewor­den. Dat moet ook. Hotel Bosch en Zee is voor mij het oer­ho­tel in Dom­burg. Hier is onze clan, de clan der Mazen, ontstaan. Mijn groot­vader bouwde het in het jaar 1933, toen het toerisme in Dom­burg aarze­lend een wat beloven­der vorm ging aan­nemen.
Groot­vader Kees Maas dreef een klein loge­ment in de West­straat (waar nu de chi­nees zit) maar wilde meer. Hij kon een lap grond kopen van het toen­ma­lige Bad­ho­tel pal onder­aan de duinen. Een gouden plek voor een hotel, begreep hij toen al. Op de grens van bos en zee, van­daar de weinig orig­inele naam. Hij schreef bos echter wel met ‘sch’ dat moet ik de oude Klitte (zijn bij­naam) nageven. Hij bouwde zijn hotel op de plek waarover de toen­ma­lige gemeen­tes­ec­re­taris H. M. Kesteloo in 1871 schreef:
’het bosch, dat met zijn lom­mer­rijk geboomte eene aan­ge­name wan­del­ing over het kro­nkel­pad aanbiedt.’

Bosch en Zee is een typ­isch Dom­burgs fam­i­lieho­tel. Nu nog, nadat de tweede gen­er­atie uit­baters, oom Jan en Tante Lein­tje, het verkocht hebben om na hun pen­sioen te gaan uitrusten in een ander huis in het dorp. Van de peri­ode dat opa en oma het hotel dreven, weet ik slechts enkele vertelde anek­dotes.
– Dat oom Jan als jon­gen er een keer bijna gestikt is in een pinda.
– Dat opa een wapen­verza­mel­ing bezat en zijn zonen soms met blink­ende kromzwaar­den door het achterliggende bospaadje gillend achter angstige voor­bi­j­gangers aanzaten.

Dat soort dingen.

Opa verkocht zijn hotel aan zijn zoon Jan en ging er pal naast wonen. Je ziet dat huisje rechts op de foto. Hij noemde het huis ‘Het Veer’ en dat had wel degelijk een his­torische achter­grond, want heel vroeger, way way back, toen het hele Nehalen­ni­age­bied nog een natu­urlijke haven was, schi­jnt er een veer­di­enst op Enge­land en op Knokke te hebben bestaan. ‘Het Veer­huis’ verkocht kaart­jes voor de over­tochten en was tevens een kroeg. Nog enkele eeuwen vroeger, we praten over de vijfde eeuw na chris­tus toen Dom­burg een belan­grijke han­del­splaats aan de oude Schelde­mond­ing was, werd die omgev­ing ook gesierd door enkele bor­de­len, een ‘vis­chhuis’ en een hand­vol pakhuizen, voor­namelijk voor servies, pekel­har­ing en vissaus.

Er is dus heel wat gebeurd op de plek waar groot­vader Maas zijn hotel bouwde. De plaats is niet onschuldig.
In het lat­ere woon­huis van groot­vader, rechts dus op de foto, werd de boven­ste verdieping ver­hu­urd aan zijn dochter Lore, een ver­bit­terde dame die in de laat­ste oor­log poli­tiek aan de ver­keerde kant was gaan staan en tot aan haar dood in merk­waardige ubermensch-theorieen geloofde. Daar­boven, het raam achter die recht­ste vlag, zat ze altijd achter het raam met een oude zwarte ver­rek­ijker die tien­maal ver­g­rootte te mop­peren en naar voor­bi­j­gangers te loeren. Ze con­troleerde de hele duin­rand. Dat moest, vond ze, want je wist nooit.

Hotel Bosch en Zee was in de peri­ode dat oom Jan en tante Lein­tje het dreven een warm huis. Er waren veel dieren, de Dom­burgse gastvri­jheid (altijd koffie, vooral nooit vooraf bellen als je langs wilde komen) werd daar volop bedreven. Er werd bij­zon­der hard gew­erkt om alles gaande te houden, maar er hing altijd vrolijkheid als je bin­nen­stapte. Althans, dat was mijn belev­ing. Op de ven­ster­bank in de woonkamer lag een ver­rek­ijker waarmee je de nachte­galen en de sper­w­ert­jes in de bosrand kon bek­ijken. Oom Jan zorgde dan voor de achter­grond­in­for­matie. Hij kende alle vogels. En tante Lein­tje zorgde, van de vroege ocht­end tot de nacht viel. Met humor, nooit met geklaag. Zat je daar in die woonkamer in de avond naar de nachte­galen te luis­teren, of naar de voet­bal te kijken, kwam er een Duitse badgast bin­nen om een flesje cola te kopen. Tante Lein­tje vertelde dan dat deze Herr al twintig jaar elke zomer gast was, ze vertelde zijn voor­naam, de naam van zijn vrouw, zijn kinderen en soms ook de namen van zijn kleinkinderen. Tante Lein­tje kende alle gas­ten. Het kon makke­lijk gebeuren dat de Duitse Herr plaat­snam in de woonkamer en de voet­bal­wed­strijd op tv ver­zorgde van een toelicht­ing in gebro­ken Nederlands.

In die zin is hotel Bosch en Zee ook een oer-hotel voor Dom­burg. Geen onderdeel van een anon­ieme hotelketen, maar gedreven door een fam­i­lie die per­soon­lijk met de gas­ten omgaat en waar een gast eerder een mens is dan een stukje omzet. Dat klinkt nogal sukke­lig en chlicheematig, maar het is wel zoals het is. Hotel Bosch en Zee is een sym­bool, denk ik, van wat ze in Dom­burg vroeger zo graag van zichzelf zei­den en waarmee ze reclame maak­ten in het buiten­land en op VVV-folders: Een fam­i­liebad­plaats.
Dom­burg is niet alleen de oud­ste bad­plaats van heel Zee­land, maar hotels als Bosch en Zee zijn er op een of andere manier bewaard gebleven. Er zijn veel meer hotels met dezelfde ‘for­mule’ in Domburg.

Voor mij was Bosch en Zee een warm huis. Een huis vol ver­halen. Je hoorde er dag en nacht de zee en oom Jan was op de oprit een zeil­boot aan het bouwen ter­wijl zijn dochter Anne de nieuwe witte Opel Kadett waste. De keer dat oom Jan en zijn zoon Henk een houten tafel­blad draaiden in de schuur en het blok hout loss­choot uit de draaibank en dwars door het dak heen richt­ing hemel vloog. Ze von­den het prachtig en je wist al een tijdje: Voor avon­tuur moet je in hotel Bosch en Zee zijn. Dat ik en mijn nicht Sonja over het bospadje wan­delden en reeds van veraf oom Jan op zijn verzil­verde eupho­nium hoorde blazen. Dat is Mozart, wist Sonja.
Die beelden van vroeger zijn maar frag­menten en ze zijn vor­mgegeven door de voortschri­j­dende tijd. Je herin­nert je wat je je wilt herin­neren. Veer­tig jaar na de dag dat Sonja zei dat je Mozart op het bospadje hoorde, besluit je een foto te nemen van dat grote huis aan de duin­rand. Het huis van waaruit je fam­i­lie is ontstaan. Je ziet dan dat ven­ster­raam waarachter je rare tante naar alle mensen loerde en je ziet een stuk van de oude woonkamer waar de ver­rek­ijker klaar­lag om naar de nachte­galen te kijken. Daarom schiet je die foto. Je wan­delt veer­tig jaar later nietsver­moe­dend langs dat huis en ineens waait alles open.

Pop­u­lar­ity: 19% [?]

Stuur dit ver­haal naar mensen die je kent:
  • email
  • TwitThis
  • Digg
  • Sphinn
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Mixx
  • Google Bookmarks
  • Blogosphere News
  • MySpace
  • YahooMyWeb