Een avondmaal in ‘t Badpaviljoen
by cees maas
We eten in het Badpaviljoen. Bovenop ‘t Duuntje.
Het is bijzonder dat we hier zitten. Tussen ons en de grote Noordzee niets dan een dun laagje glas. Vroeger mochten gewone stervelingen als wij niet eens in het voorportaal van dit sjieke gebouw komen. Het Badpaviljoen was voor de rijken, die er een soos hielden. En er golden strenge apartheidswetten voor de dorpelingen. Maar de tijden zijn veranderd, het Badpaviljoen is herbouwd, vernieuwd en democratischer geworden. Daarom, hoera, genieten wij nu van dit avondmaal aan zee.
De nagerechten worden geserveerd. Een triootje van chocolademousse, handgemaakt roomijs en een subliem puddinkje waarvan ik de beschrijving vergeten ben.
Het is een feestje. We vieren de geboorte van het boek van de strandvisser.
De vrouw van de strandvisser vertelt over haar reizen. Eens heeft ze de Hermitage in St.Petersburg bezocht. De gletsjers van IJsland, de wouden van Canada. Ze vertelt over de zeden en gewoonten van haar geboorteplaats Westkapelle. Waar het volstrekt normaal was dat je eenmaal per week je straatje schuurde met bleekwater. En dat de burgerij in het algemeen daar ook stevig sociaal controlerend toezicht op hield. Dat je je maar aan dat dorpsreglement hield.
Voorafgaande aan elke gang komt een kelner aan je tafel te vertellen wat je nu weer te eten krijgt. Zijn toespraakjes duren ongeveer een halve minuut.
De bediening ziet veel en stelt zich actief op. Een klein meisje huilt ergens om en een kelner vraagt onmiddelijk of hij ergens mee kan helpen.
En als De Vrije Domburger en zijn dame tussendoor in het donker buiten hun avondsigaartje roken en naar de zee staren, komt er een kelner naar buiten om te vragen of er licht genoeg is en of we wat anders blieven. Nee dank u, op de terrasrand tussen de engelen en de griekse zuilen staat discreet een kleine asbak. Dat is alles wat we blieven.
Binnen is het warm en rustig. Door de ramen kun je het zomerhuis van Aarnout Helb zien, donker en eenzaam tegen de duinrand. Ik herinner me een intens gedicht van hem over het graf van de Domburgse schrijver Van Schagen. Het duinpad heet hier ook Boulevard van Schagen. Late wandelaars schuiven als schimmen voorbij over de boulevard. Het is een foto met een hele lange sluitertijd. Het is december, noordoostenwind, dus koud, en er zijn niet veel toeristen in Domburg.
De restaurantzaal is sober, strak en prachtig ingericht. De koks kun je zien werken in de open keuken, ze dragen allemaal een frans kalotje. Mijn vooroordeel over de apartheidswetten van vroeger zat nog zo vastgemetseld in mijn kop, dat ik voor deze gelegenheid een colbertje heb aangedaan. Het was niet nodig geweest: Het Badpaviljoen is vriendelijk en ongedwongen geworden. Ik ben de enige met een jasje in de zaal.
Na genoten zaken wandelen we huiswaarts door het donker van Domburg. De maag voelt supergoed. De hond van Tom van Hotel Nehalennia loopt buiten wat te scharrelen. John-Peter van Hotel Zonneduin doet de lichten uit. Christoffel van Hotel Duinlust heeft de oude limonadefabriek naast zijn hotel gekocht. Slim, want de strook hier voor het vernieuwde Badpaviljoen heeft de potentie van een goudkust. We wandelen langs Looverdale op het Villapark aan. Eendrachtig komen we tot een gelijkluidige conclusie: Het is een schone avond geweest.
Popularity: 13% [?]
